Omschrijving
Biejeingezeumerd 2014-4

Uit de vereniging:
Blz. 2 Monumentendag 2014 bakhuisje Rijkel
Blz. 3 Open Monumentendag MHVS 14 september 2014
Blz. 4 Van de druïde in Stonehenge tot de apotheek in Swalmen (film)
Blz. 4 Herhaalde oproep WOII
Blz. 5 Jaarprogramma Heemkundevereniging Maas- en Swalmdal en MHVS
Blz. 6 Schenkingen
Overige artikelen:
Blz. 6 Beesel groenste dorp van Nederland 2014
Blz. 7 ‘Hulende wölf oppe Pruse bos’! Sprookje of toekomstmuziek?
Blz. 11 Uit de oude doos
Blz. 12 Lu Meer ...
Tonen 11-15 van 28
Tekst
Uit de oude doos
De foto uit onze vorige uitgave (2014-3) toonde de familie LeppersWinckens, ter gelegenheid van hun gouden bruiloft (1875–1925).
Enkele namen kregen we van mevr. Chrisja Walaszek en dhr. Wiel Leppers. Hartelijk dank hiervoor.
2. Piet Leppers (broer van Sef?)
7. Sjeng Leppers ? (Bosstraat)
8. Sjra Leppers (opa)
12. Sef Leppers (pap) (vader van Wiel Leppers, Stationspad)
17. Piet Leppers ? (Bosstraat)
24. Frens Leppers ? (Rijksweg)

29. Agnes Meuter
33. Annie Meuter (1924-2014)
34. Wilhelmus Meuter (1887-1966)
37. Josephina Leppers (1887-1967)
36. Maria meuter
39. Gertruda (Truus) Meuter
(Gezin Meuter-Leppers)

De foto die in deze uitgave geplaatst is, toont 10 muciserende dames in het jaar 1933 of 1934.
Wie herkent de dames en weet waar ze zich bevinden? De foto is afkomstig van Truus Hendrikx
van de Beeselseweg in Swalmen (het huis is afgebroken, lag voor de Covelt).
Van enkele dames weten we de namen:
3. Maria Op den Camp 4. Mien Thomassen 5. Fien Hodselmans ?
Wie kan ons aan de ontbrekende namen helpen? Uw reactie(s) kunt u sturen naar ons redactieadres: redactie@mhvs.nl. Alvast hartelijk dank!

11

Luis in de pels
Zo zul je maar genoemd worden in een afscheidsartikel van je werkgever. Onze MHVS-

voorzitter Toine Wuts zit er niet mee. Wel
met het feit dat het afscheid na 15 jaar noodgedwongen is om gezondheidsredenen. “De
Milieufederatie Limburg verliest hiermee een
gedreven luis in de pels, die dag en nacht met
de bescherming van natuur en landschap bezig was”, schrijft collega Bart Cobben in een
fraai typerend artikel van maar liefst drie
bladzijden in het derde nummer van jaargang
28 van hun blad ‘Limburgs Milieu’.
Het voert in het bestek van Biejeingezeumerd te ver om het artikel integraal op te
nemen, maar enkele krenten uit de pap willen we onze lezers niet onthouden, opdat we
onze voorzitter nog wat beter leren kennen.
Zo is Toine van mening dat je gedrag en bewustwording niet kunt opleggen; mensen
moeten over voldoende informatie beschikken, zodat ze na verloop van tijd hun gedrag op milieugebied gaan veranderen. Zo
werd onder zijn leiding aan tal van groepen
voorlichting gegeven op diverse terreinen als
biologisch eten, milieuvriendelijke siertuin,

duurzaam klussen, energiebesparing.
Lastige Limburgse dossiers die Toine in zijn pakket had bij de Milieufederatie waren het racecircuit
bij Venray, Buitenring Parkstad en de IJzeren Rijn,
zaken van lange adem. “Zijn kracht zat daarbij in
zijn omgang met mensen; op beminnelijke wijze op
basis van argumenten proberen de tegenpartij te
overtuigen. Daarbij de ander altijd in zijn waarde
latend”.
In het GroenHuis was hij jarenlang het milieugeweten. Men gebruikt daar op voordracht van Toine
ecologisch verantwoorde producten als gerecycled
toiletpapier en de thermostaten staan er niet hoger
dan absoluut nodig. Kamergenoten die het koud
hadden moesten maar een extra trui aantrekken of
een kop warme koffie of thee gaan halen.
Toine wordt een opvallende verschijning genoemd:
Wars van uiterlijk vertoon in zijn gewone kloffie en
in bezit van een in de vorige eeuw modern lange,
maar intussen door de tijd ietwat ingehaalde en uitgedunde, haarcoupe. Langharig wil in het geval van
Toine beslist niet zeggen werkschuw. Hij was dag en
vooral ook nacht bezig met zijn werk. En daarnaast
ontplooide hij de nodige activiteiten in het vrijwilligerscircuit. Hij kon moeilijk nee zeggen.
Al die jaren van keihard werken, weinig beweging
en een onregelmatig eetpatroon hebben uiteindelijk serieuze hartklachten veroorzaakt waardoor
Toine tot zijn groot verdriet zijn werk bij de Milieufederatie niet meer kan voortzetten. Op zaterdag
4 oktober is zijn druk bezochte afscheidsreceptie
gehouden. We hopen dat hij zijn activiteiten voor
de MHVS –weliswaar op een laag pitje- nog een hele
poos mag voortzetten.
Vraag tijdens de openinguren van de MHVS (dinsdagmiddag) gerust naar dit bijzondere artikel.

Spelen, vroeger!
Sjeng van Corneel van Pau †
Onlangs vertelde mij iemand: in Florence zou
een schilderij te bewonderen zijn uit omstreeks 1550 waarop Pieter Breughel 80 kinderspelen uitbeeldde voor jongens en meisjes.
Sommige jongensspelen die nu nog in zwang
zijn, werden reeds 2000 jaar geleden door de

Romeinen en sommige zelfs 3000 jaar geleden door
de oude Grieken beoefend.
Het zou niet onmogelijk zijn dat het hamerwerpen,
kogelstoten en meer van deze sportsoorten van
deze Spartaanse bewoners afstammen, evenals het
worstelen, discuswerpen, polsstokhoogspringen en

12

noem maar op. Diverse soorten afstandlopen. Te beginnen met de honderd meter enz. Diverse soorten
springen, om er maar enkele te noemen, die ook
in onze jeugd nog volop beoefend werden, zoals
het hoogspringen, verspringen, ‘sjtekste sjpringe’,
’haasje over’, ’boeksjpringe’. Over een, twee en tenslotte over de man heen, soms zelfs met losse handen, waarbij men dan de laatste man nog een schop
moest geven. Dikwijls met drie tegen een muur!
‘Boeksjpringe’! Dan raden: hamer, sjier of mets.
Sommige van deze spelen zijn uit de tijd verdwenen.
Andere daarentegen zijn ervoor in de plaats gekomen. Vele spelen van vroeger kunnen helaas door
de jeugd niet meer beoefend worden, omdat ze in
de eerste plaats tussen de huizen te gevaarlijk zijn
en op de tweede plaats, vanwege het plaatsgebrek.
Wij deden: klepperen met twee harde plankjes tegen elkaar. Met ‘carbiddoeze sjete. Trumpe, poetje
goeije, perkske sjtaeke, sjaatse, zjwumme, metssjtaeke of lank verovere, sjeete met piêl en baog’.
‘Rijpe. Touw trêkke. Mêt sjmikke houwe. Windjvogel oploate, buimke verwissele, blingemenke’. ‘Mêt
de zwingelpot loupe. Sjuumke trêkke, belle blaoze,
poelpakke vange, zakloupe, Pup de kei. Katapult
sjete, hoegsjpringe, wiedspringe, haeske euver,
boeksjpringe’. ‘Kleine verkespetatte hoog de loch in
smiete met eine sjpitse sjtek van eine halve maeter
lank. Die gaon hoeg! Sjtelt loupe. Eine sjtein met
ein gaat in, dan dao ein touw door en den dên
hoog de loch in smiête’. Diversen soorten van dobbe
(tollen); ‘eine sjmietdob’, met een touw van zich af
gooien. Een andere vorm was om er met een zweep
tegenaan te slaan. Denk aan de ‘roetekletser’.
Kölse! Diversen manieren; b.v. in een kring zetten.
Met vier of meer in een kuiltje was het poetje sjtoeke.
Het nagooien onderweg met knikkers of ‘sjtuiters’.
Tollen gemaakt van een houten garenklos of eikel
om met vinger en duim te knippen en zodoende op
de tafel te laten draaien.
‘Masklumme, voetballe met
ein verkesblaos, oorlog
voere. Heinke ketse, met
eine platte sjtein euver
het water sjiervele’. Fluitjes
make van ‘liesterkralle’ en
meikaevers vange.

in ieder geval enigszins plat moest zijn, anders bleven ze niet op elkaar liggen.
De kei waarmee we gooiden was natuurlijk wat
lichter dan de andere die op de hoop, ‘Pup’, gezet
werden. Wij speelden het meestal met een stuk of
vier bakstenen, waarvan de bovenste hoogkant op
de onderste werd geplaatst. Wij gooiden met halve
bakstenen omdat we die beter konden hanteren.
Dan werd er een beginstreep getrokken, een meter of acht vanaf de Pup. Vanaf de Pup werd met
een steen gegooid naar de beginstreep. Diegene die
op of het dichtst bij de beginstreep kwam, mocht
het eerst gooien en zo naar vervolg. De persoon
die het laatste eindigde, moest bij de Pup, of een
meter daar vanaf verwijderd gaan staan. Het was
zijn werk om de Pup op te bouwen als hij door de
anderen omver gegooid was. Soms deed men ook
hier ‘Keeze of Treeje’. Met de klompen naar elkaar
toe. Die bovenop kwam was de nummer een.
Was de Pup omver gegooid door de een of ander,
dan moest de man naast de Pup die zo snel mogelijk opbouwen en pas daarna snel een der anderen
zien te tikken die vanaf de beginstreep dus eerst
naar hun steen toe renden waarmee ze gegooid
hadden, snel oppakten en dan weer naar de beginstreep terugliepen.
Werd er iemand tijdens de ren getikt, dan was hij
veroordeeld om bij de Pup post te vatten. Hadden
allen gegooid en was de Pup niet geraakt, dan mocht
de persoon die het dichtst bij de beginstreep lag,
zijn steen op de wreef van zijn voet leggen en dan
zijn steen proberen over de beginstreep te wippen,
waarna hij dan weer naar de Pup mocht gooien.
De man bij de Pup mocht alleen maar iemand tikken, die zijn kei van de grond had opgepakt. Het
aantal deelnemers was onbeperkt, maar het leukste
was een stuk of vijf of zes, omdat men anders te
lang op zijn beurt moest wachten.

Pup de kei!
Het spel begon aldus: enige
keien werden bij elkaar gezocht, waarvan de onderste

13

Mijn ouderlijk huis
Nettie Niesen
In mei 2005 werd Nellie Niesen-Tosserams
(van Jan de Smeed oet Offebek) 90 jaar. Ter
gelegenheid van deze mijlpaal maakte haar
dochter Nettie Niesen een boekje met herinneringen uit haar leven. Hier volgt een verhaal over haar ouderlijk huis aan de Mergelstraat in Belfeld.

frouw’ genoemd te worden. Zij kwam vaker op bezoek, zo’n 2 tot 3 keer per week, om op de hoogte
te blijven van het reilen en zeilen op de boerderij.
Rosalie had twee broers in Venlo: Pierre, vrouwenarts, en Fons, huisarts. De familie had 5 boerderijen
in Belfeld.
Mijn ouders hebben er zo’n 40 jaar gewoond. Marie,
mijn oudste zus is er als hun eerste kind geboren
in 1901.
Aan de voorkant links was het voermans-café, een
kamer van ongeveer 4 bij 4 meter. De mannen dronken er wat. Er was bier, port met weinig alcohol
(sterke drank mocht niet verkocht worden), melk
en aanleng: grenadine, ranja en anizette (pepermuntsmaak).
Wij hadden alleen een vergunning voor licht-alcoholische dranken. De paarden kregen altijd een emmer water en een snee brood. Dat wisten ze, want
zij stopten vanzelf bij het café.
Het bier werd door ons gekocht bij een brouwer
in Baarlo, meestal 1 vat. Later hadden we beugelflessen met bier. Toentertijd werd er op heel veel
plaatsen bier verkocht aan huis, zeker op de boerderijen, om wat extra’s te verdienen.

Mijn ouderlijk huis ligt aan de Mergelstraat
in Belfeld, vlak langs de Rijksweg, net voor
Steyl (officieel was ons adres: Rijksweg Noord
nr. 42). Er loopt een weggetje langs het huis
omlaag naar de Maas. Dit is de Mergelstraat,
in de volksmond ook wel ’t Mergelsjträötje
genoemd. Vroeger, voordat wij er woonden,
werd er mergel gelost onder aan het straatje,
langs de Maas.
Het huis dateerde uit 1769, was boerderij,
en eigendom van de familie Janssen. Mijn
ouders hadden de boerderij met het land eromheen van hen gepacht. In het begin voor
fl. 300,-- per jaar. Toen mijn broers gingen
meeverdienen, sloeg de huur ook op.
Juffrouw Rosalie Janssen was niet getrouwd
en woonde in Belfeld. Zij stond erop ‘juf-

In het huis stond in de keuken een fornuis. Als je
voor het huis stond, was rechts naast de voordeur
de keuken en daarnaast de ‘goei’kamer. Keuken en
kamer waren gescheiden door een muur. Ik kan me
niet anders herinneren, maar ik heb toen gehoord
dat er vroeger, dus vóór die tijd géén muur tussen
kamer en keuken was. Het geheel was een soort
gelagkamer (café, herberg), met een open haard:
een open vuur, en daarboven een grote koperen
ketel. Die ketel was er nog, doorsnee zéker 80 cm,
met 2 ogen eraan en een ronde haak. De bodem van
de ketel was rond. Hij kon niet gewoon op de vloer
staan. Mijn vader heeft hem in een ton gezet, zodat
we hem konden gebruiken om in te wassen, met
een wasbord. Later, toen wij uit de boerderij weggingen, werd die grote ketel in stukken geslagen
en opgehaald door ’n oudijzerkoopman met paard
en wagen (ik dacht Burhenne). Wij kregen er een
paar cent voor.

14

In die tijd gebruikte men petroleumlampen. De man
die met petroleum langs de deuren kwam, had altijd een krantje bij zich. Het heette ‘De Automaat’.
Behalve nieuws en advertenties stond er een stripverhaaltje in. Dat verhaaltje ging over Pa Roetmop
en Pijpje Drop. Wij waren altijd heel benieuwd naar
de avonturen van die twee. Aan het eind van het
verhaal stond altijd: “Hoe het Pijpje Drop vergaat,
staat in de volgende Automaat”. In de stal hingen
ook petroleumlampen (sjtalluchte) aan een nagel
aan een balk.
Beneden, achter het café, was een slaapkamer van
de meisjes, achter de keuken was ook een meisjesslaapkamer en achter de ‘goei’kamer was de slaapkamer van mijn ouders. Daarin ben ik geboren. Tussen de twee laatste slaapkamers zat een dubbele
muur. Boven de ‘goei’kamer lag de jongenskamer en
de rest van de ruimte boven was zolder.
Bij ons in de keuken lag een vloer van rode en blauwe ongeglazuurde tegels, die twee keer per week
geschrobd werd met groene zeep. Na het schrobben
werd er fijn wit zand in de keuken gestrooid. Dit
werd aan de deur gekocht. Er kwam iemand met
paard en wagen, met in de bak de emmertjes zand,
die een paar cent kostten. Óf men gooide stukken
kort gesneden stro (bosjes van ± 30 cm. lang), in

de keuken op de vloer. De week erna werd het stro
of het zand eruit geveegd. Het stro werd bij het vee
in de stal gegooid.
Het volgende werd verteld:
Ten tijde van Napoleon, toen katholieken vervolgd
werden, verstopte een geestelijke zich in de dubbele muur tussen de twee slaapkamers. De opening,
ongeveer 60 cm. breed, was afgedekt met planken.
(In de slaapkamer erboven, de jongenskamer, lagen
de vloerplanken los.) Als er een groep soldaten in
de buurt was om alles te doorzoeken, verstopte de
geestelijke zich totdat de kust weer veilig was.
Ik heb vroeger eens op de (witgekalkte) muur van
de jongenskamer op zolder, een tekening met potlood gemaakt van het hoofd van Christus met doornenkroon.
Op zolder zaten stropoppen (bossen dubbelgevouwen stro met daaromheen weer een streng stro)
tussen dakpannen en raamwerk van latten, ter isolatie.
De dakdekker maakte ze. Om de paar jaar verving
hij ze, want dan waren ze versleten. Je moest op
zolder voorzichtig lopen anders zakte je door de
vloer.
Er lag ook nog zo’n ouderwetse fiets met vóór een

15

MediaViewer 2.6 - © 2012-2026 Collectiony BV