Wie zich tijdens het vervullen van zijn militaire dienstplicht schuldig maakte aan een of ander vergrijp, moest zich verantwoorden voor de krijgsraad. Door die raad werd dan een proces-verbaal van aanklacht opgemaakt. Interessant zijn naast de tenlastelegging, ook de bij de stukken gevoegde extracten uit de strafregisters.
Anders dan de naam krijgsraad wellicht doet vermoeden, gaat het in onderstaande gevallen om vrij lichte overtredingen. Anno nu zouden we ons daar veelal amper druk over maken…
1. Peter Antonius Peeters geb. Belfeld 12 november 1881, zoon van Jan en Helena Miggels, fabrieksarbeider wonende te Belfeld.
Milicien huzaar 5e escadron 2e regiment Huzaren te Venlo. Stamboeknr. 18359.
Bij aankomst bij het korps lang 1.703 meter.
5 maart 1901 ingedeeld als loteling van de lichting 1901 gemeente Belfeld onder nr. 2.
16 september 1901 in werkelijke dienst.
15 september 1903 met groot verlof.
Extract uit zijn strafregister:
- 24 januari 1902 als stalwacht de mest niet voldoende uit het ligstro verwijderd (2 dagen).
- 10 januari 1903 het buitenmodel laten veranderen van zijn rijlaarzen (4 dagen).
- 2 februari 1903 oneerbiedig groeten van een onderofficier (4 dagen).
- 6 april 1903 gemankeerd op het avondappel dat om 11 uur gehouden werd en 1½ uur daarna binnengekomen (2 dagen).
- 6 juni 1903 als stalwacht tijdens zijn waakuren onder paardendekens slapende bevonden terwijl zijn stal zeer vuil was (4 dagen).
Gestraft werd hier met een aantal dagen ‘kwartierarrest’, dat wil zeggen dat het dan verboden was het legerkwartier of de kazerne te verlaten.
Tenlastelegging
Dat hij in de namiddag van 4 juni 1904 te Quatre-Bras te Tegelen, in de herberg van Hendrik Beurskens heeft weggenomen een geopend en nagenoeg gevuld kistje sigaren, staande op een kast in het voorhuis van de herberg. Dit terwijl hij nog in uniform was gekleed.
Hij bekend zich hieraan schuldig te hebben gemaakt, onder opgave dat hij in huzaren-uniform gekleed, na de inspectie te Venlo, in bedoelde herberg is gekomen; dat hij erge spijt heeft en de toegebrachte schade zal vergoeden en dat hij reeds sind 11 juni 1904 van zijn vrijheid is beroofd.
Gertrudis Hermans huisvrouw van Herman Beurskens getuigt dat om ca. 4 uur 8 milicien verlofgangers in haar café zijn gekomen en dat ze gezien heeft hoe het kistje verdween. Ook Gerardus Heldens, metselaar te Reuver, getuigt de diefstal gezien te hebben.
Peter wordt 28 juni 1904 door de Krijgsraad voor deze diefstal tot 14 dagen gevangenisstraf veroordeeld, waarbij de gevangenisstraf vanaf 25 juni in mindering wordt gebracht.
De straf heeft hij uitgezeten te ’s-Hertogenbosch van 25 juni tot 9 juli 1904.

Bewijs van voorlezing van de Krijgsartikelen aan P.A. Peeters.
2. Henricus Hubertus Caris geb. Belfeld 5 april 1900, zoon van Wilhelmus Hubertus en Hendrina Coopmans, wonende te Tegelen.
Milicien sergeant 3e compagnie 2e bataljon 2e regiment Infanterie te Venlo.
Stamboeknr. 15392.
Bij aankomst bij het korps lang 1.700 meter.
19 januari 1920 ingelijfd als loteling van de lichting 1920 gemeente Tegelen onder nr. 8.
28 mei 1920 opleiding tot onderofficier.
31 mei 1920 korporaal.
1 september 1920 sergeant.
Uittreksel straflijst:
- 7 oktober 1920 eigendunkelijk knoopsgaten en knopen op de borstzakken van zijn tuniek gezet (4 dagen).
Tenlastelegging
Dat hij op 12 oktober 1920 omstreeks 21.45 uur op de Tegelscheweg te Tegelen in hoedanigheid van milicien sergeant, heeft gereden op een rijwiel dat niet voorzien was van een lichtgevende lantaarn. Hij wordt 10 december 1920 veroordeeld tot een geldboete van 5 gulden of hechtenis van 10 dagen.
3. Hubertus Wijnand Hendriks, geb. Belfeld 29 april 1900, zoon van Jacobus Hubertus en Bartholina Ottenheim, met groot verlof te Belfeld wonende.
Milicien soldaat 2e compagnie 2e bataljon 2e regiment Infanterie te Venlo.
Stamboeknr. 15179.
Bij aankomst bij het korps lang 1.742 meter.
19 januari 1920 ingelijfd als loteling van de lichting 1920 gemeente Belfeld onder nr. 2.
Uittreksel straflijst:
- Blanco
Tenlastelegging
Op 4 juli 1920 omstreeks 23.00 uur op de openbare weg te Belfeld, in hoedanigheid van milicien soldaat, gereden op een rijwiel dat niet voorzien was van een lichtgevende lantaarn.
Hij wordt hiervoor op 10 september 1920 veroordeeld tot een geldboete van 5 gulden of hechtenis van 10 dagen.
4. Johannes Hubertus Bloemers geb. Belfeld 26 juni 1901, zoon van Hendricus en Anna Maria op ’t Veld, wonende Belfeld-Broek.
Milicien kanonnier 2e compagnie 3e bataljon 3e regiment Vestingartillerie te Breda.
Stamboeknr. 26948.
Bij aankomst bij het korps lang 1.808 meter.
14 maart 1921 ingelijfd als loteling van de lichting 1921 gemeente Belfeld onder nr. 1. (onbereden).
Uittreksel straflijst:
- Blanco
Tenlastelegging
In de nacht van 4 op 5 september 1921 heeft hij samen met een kameraad te Breda op de Torenstraat door luidkeels te zingen, zodanig rumoer verwekt dat daardoor de nachtrust kon worden verstoord. Toen de agent van politie, tevens onbezoldigd rijksveldwachter beide militairen gelaste het zingen te laten, voldeden zij aanvankelijk daaraan. Doch kort daarna begonnen ze weer te zingen. Na een tweede waarschuwing ging een der militairen de veldwachter voor de voeten lopen onder herhaaldelijk toeroepen als jij een flinke kerel zijt, moet je me dadelijk achter slot zetten. Vervolgens ontstond er een volksoploop. Toen hij de militair vastgreep om hem naar het bureau van politie over te brengen, heeft die zich met geweld verzet. Eerst toen hij ondersteuning kreeg van een collega, gelukte het hem naar het bureau te brengen.
Op 28 oktober wordt hij veroordeeld. Voor het rumoer tot een geldboete van 3 gulden of 3 dagen hechtenis en voor de wederspannigheid 5 gulden of 10 dagen hechtenis.

Bewijs van voorlezing van de Krijgsartikelen aan J.H. Bloemers.
Daarnaast (stand onderzoek januari 2026) zijn er ook verbalen opgemaakt tegen militairen geboortig van Beesel (Augustus, Dings, Feuler, Heijthuijsen, Hensen, Nabben, Schouren, Smeets, Strouken en Teunissen) en van Swalmen (Alers, Claessen, Emans, Geraedts, Giebelen, Huberts, Kohlen, Konings, Mooren, Naus, Peckx, Ruijters, Simons, Suijlen, Theelen, Theunissen, Vullers, Weijnen, Willems en Wouters). Het merendeel in de periode 1900-1921.
Wim Hoezen
Bron: BHIC, criminele vonnissen en inschrijvingsregister gevangenen.











