Herberg Kurstjens al bijna 100 jaar weg uit Belfeld

door Wim van Diepen

Toen ik in het Venloosch Weekblad van 20 april 1872 een advertentie aantrof over een verkoop “ter herberge van Kurstjens in den Bongert” besloot ik op zoek te gaan naar verdere gegevens over de Belfeldse “tak” van deze familie, die al eeuwen bekend is in Tegelen en Belfeld.    We starten bij ene Johannes Kurstjens (1742-1813) . Hij trouwde op 17 januari 1765 met Wilhelmina van Dijk (1738-1808). Zij waren agrariërs van beroep en waren lange tijd de pachters van het “Mergelstraterhuis”, een van de oudste huizen van Belfeld. Zij kregen in totaal zes kinderen. Dan volgen we hun zoon Gerardus Kurstjens, die op 12-11-1812 trouwde met Joanna Houben. Ook dit echtpaar kreeg zes kinderen.  Hun tweede kind, Arnoldus Kurstjens, wordt genoemd in een bericht in het Venloosch Weekblad van 14-09-1867 over verpachtingen langs de Maas.

Op 20-04-1872 wordt in het” Venloosch Weekblad” vermeld dat notaris Canoy een verkoop regelt in de herberg van Arnold Kurstjens.


Arnoldus Kurstjens (1813-1883) huwde op 11 mei 1850 met Petronella Stroucken (1829-1879). Zij waren landbouwers en bewoonden als pachters een boerderij in het dorp met de naam “den Bongert”. Die hoeve was aanvankelijk eigendom van Joanna Stoks, maar in 1871 verkocht zij het bezit aan Johanna Görtz, een lid van de familie Görtz uit Baarlo. Deze familie bewoonde daar een groot pand met de naam “d’n Anker”. Dat huis lag aan de Baarlose Markt, vlakbij de kerk. Het was een boerderij met een brouwerij, een herberg en een winkel. De familie Kurstjens was dus pachter bij “die van d’n Anker”. De pachtboerderij lag in de toenmalige kern van Belfeld in het gebied begrensd door Maasstraat, Urbanusweg en Rijksweg Zuid. In hetzelfde gebied had de familie Görtz nog een andere boerderij in eigendom die ze zelf bewoonde. Deze huizen zijn  inmiddels verdwenen , maar lagen zeer waarschijnlijk vlakbij het huidige pand Maasstraat 2. (zie afbeelding hieronder)

Zoals wel vaker gebruikelijk in die tijd, werd in één van die boerderijen op enig moment een herberg gevestigd. De eerste vermelding van de herberg van Arnold Kurstjens vinden we dus in het Venloosch Weekblad van 20 april1872. In die tijd had men in het dorp nog geen straten met huisnummers. Er woonden zo weinig mensen, dat iedereen wel wist op welke plek “ter herberge van Kurstjens in den Bongert” te vinden was. Het café werd achtereenvolgens aangeduid met de benaming Kom 20, Dorp 20, Dorp 7 en later Wijk A huis 4b. Dit gebied was vroeger echt de kern van Belfeld, rond de kerk en de markt. Daar lagen de meeste huizen.

Dat alles veranderde nadat in 1865 de spoorlijn Maastricht - Venlo was aangelegd. In die tijd zeiden de bewoners van Geloo en d’n Bolenberg nog: “ich gaon nao Belvend” en dan bedoelden zij het gebied rond kerk en markt. Zeer opmerkelijk is het, dat in dat kleine gedeelte van het dorp rond 1900 meer dan tien herbergen waren gevestigd: Van Hooren, Kurstjens, Jacobs (2x) Bos, Hommen, Stevens, Maassen, Schreurs, Verdonck , Wienforth en Colbers. Er was dus keuze genoeg om elkaar te ontmoeten en daar zal men, in elk geval na de zondagse hoogmis, zeker  gebruik van hebben gemaakt. Overigens waren de meeste herbergen in die tijd heel eenvoudig ingericht. Kleine ruimtes met maar een beperkt aantal stoelen en een simpele “tapkast”. Als zo’n herberg in de krant stond, dan vonden hier vrijwel altijd verkopen van huizen, inboedels, landerijen, hout en veldgewassen door een notaris plaats. Geregeld vinden we vanaf 1872 krantenberichten waarin een notaris aangeeft dat hij een verkoop of verpachting regelt in de herberg van Arnold Kurstjens.

Zo vinden we bijvoorbeeld in 1878 nog een advertentie van de notaris de Lom de Berg die enkele hectares veldgewassen te koop aanbiedt.

 

In 1882 moest gemeentesecretaris Bos een lijst opstellen van alle Belfeldse café’s. Vanaf dat jaar had men een vergunning nodig om een herberg te beginnen. Arnoldus Kurstjens vroeg een  vergunning aan voor het pand “Kom 20”. Hij moest toen ook opgeven wie er op dat moment bij hem in huis woonden. Het echtpaar Arnoldus Kurstjens en Petronella Stroucken kreeg in totaal tien kinderen en dat waren:

1. Gerardus Kurstjens (1851-1929). Hij trouwde met Petronella Görtz (1855-1911). Zij was de dochter van de pachtbaas en enigst kind. Zij gingen wonen in Geloo en noemden die boerderij “Ankershof”. Zij kregen negen kinderen en die werkten later vrijwel allemaal als boer in Belfeld. Daardoor raakte de bijnaam “die van d’n Anker” nog verder ingeburgerd.

2. Johannes Kurstjens (1851-1897). Hij was de tweelingbroer van Gerardus. Hij trouwde op 10-05-1895 in Herten met de veel jongere Johanna Steffanie (1876-1938). Na zijn huwelijk bleef hij wonen in het ouderlijk huis, de pachtboerderij aan de Rijksweg Zuid. Nadat Arnoldus Kurstjens op 13 mei 1883 was gestorven, werd het café eerst voortgezet door enkele kinderen ( Johannes , Johanna, Peter en Giesbertus) de naam werd toen “kinderen Kurstjens”. Dat blijkt uit het bericht in het Venloosch Weekblad van 27-11-1886.


Een herbergier was altijd een bekend figuur in een dorp en doorgaans was hij op de hoogte van allerlei zaken die er speelden. Ook maakte een herbergier vaak deel uit van de gemeenteraad. Zo ook Johannes, hij was gemeenteraadslid vanaf 1888 en in 1897 werd hij wethouder. De 29ste februari 1892 was een schrikkeldag en voor Johannes werd het een echte “schrikdag”. Die dag was het vastenavond en ook in die tijd gebeurden er dan wel eens dingen die totaal niet passen bij een volksfeest. Die avond werd Johannes slachtoffer van mishandeling. Hij en ene J. Hendriks werden door een drietal mannen aangevallen, mishandeld en verwond. De Venlose Courant van 06-08-1892 deed uitvoerig verslag van de rechtszaak en schroomde geen enkel detail…

 

Op 30-01-1897 is Johannes overleden. Hij was toen pas 46 jaar. Of zijn overlijden een gevolg was van de mishandeling heb ik niet kunnen vaststellen. Zijn jonge vrouw Steffannie was in verwachting van hun tweede kind. Dat werd geboren op 05-03-1897 en werd Johannes genoemd, naar zijn kort tevoren overleden vader. Johanna woonde op dat moment nog in bij het café van de kinderen Kurstjens. Zeer opmerkelijk is, dat zij op 21-11-1898 opnieuw is getrouwd en wel met Hendrik Reynders, de man die haar overleden echtgenoot in 1892 zo had mishandeld. Met hem kreeg zij daarna nog twee kinderen. Overigens verhuisde zij na dit huwelijk naar een adres buiten Belfeld.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

3. Pieter Kurstjens (1853) hij werd maar 1 dag oud en stierf vlak na zijn geboorte.

4. Johanna Kurstjens (1854-1914). Zij is nooit gehuwd. Waarschijnlijk zorgde zij na het overlijden van moeder Petronella Stroucken (in 1879) voor haar vader en zijn gezin.

5. Frans Gerard Kurstjens  (1857-1879). Hij stierf in Den Bosch en was op dat moment militair.

6. Peter Kurstjens (1859-1935). Hij bleef ongehuwd. Hij was maatschappelijk zeer actief en was o.a. lid van het gemeentebestuur, wethouder en voorzitter van de Belfeldse LLTB. Bovendien was hij eigenaar van een pannenfabriek. In 1921 bouwde hij, samen met zijn broer Theodorus, een nieuwe boerderij op het adres Rijksweg Zuid 4. Daar ging hij vervolgens samen met het gezin van zijn broer Theodorus Giesbertus wonen.

7. Elisabeth Petronella Kurstjens(1863-1952). Zij trouwde op 3 april 1894 met haar overbuurjongen Johannes Schreurs. Samen met haar man begon zij, tegenover haar ouderlijk huis, het latere hotel-café-restaurant “Kinderen Schreurs” aan de Rijksweg Zuid in Belfeld.

8. Johannes Arnoldus Kurstjens (1866-1953). Hij trouwde in Kaldenkirchen met Anna Siemes en had een bakkerij midden in het dorp, tegenover de zogenaamde “Julianaboom”. Die bakkerij werd later voortgezet door zijn zonen “Baer en Wimke; de bekkers“.

9. Theodorus Giesbertus Kurstjens (1868-1932). Hij trouwde met Maria Elisabeth Franssen (1877-1921). Zij kregen samen acht kinderen, waarvan er twee (de oudste Gerard en de jongste Peter) bekend werden omdat ze maatschappelijk zeer actief waren in het dorp, als directeur van de plaatselijke boerenleenbank, gemeenteraadslid, lid van het kerkbestuur enz. Het gezin Kurstjens – Franssen woonde lange tijd samen met zus Anna en broer Peter, op de van Görtz (en later Van den Houdt) gepachte boerderij. Vanaf 1922 woonde men iets zuidelijker op de boerderij die ze zelf hadden laten bouwen en die hun eigendom was.

10. Johannes Ludovicus Kurstjens (1872). Hij werd maar 8 maanden oud.
Na het overlijden van Johannes Kurstjens, in 1897, werd het café en het boerenbedrijf voortgezet. Nu gebruikte men de naam “Gebroeders Kurstjens”. Dat waren dus Peter en Theodorus. Volgens de Nieuwe Venlose Courant van 5-12-1908 werd daar bijvoorbeeld de verpachting van de tol naar Maalbeek geregeld.

 

Op 2 april 1902 vraagt Theodorus als herbergier van de “firma gebroeders Kurstjens”, vergunning voor het pand gelegen aan de Rijksweg Venlo – Roermond (de pachtboerderij). De vergunning wordt verleend bij besluit van 16 mei 1902 en geldt “voor de gelagkamer rechts van de ingang en voor de gelagkamer grenzend aan de keuken “ (26 en 24 m2). In feite ging het om een verlenging van de bestaande cafévergunning.

Uiteindelijk vraagt Peter samen met broer Giesbert Theodorus op 30 april 1922 vergunning om een nieuwe boerderij te bouwen op een perceel ten zuiden van de Maasstraat. (tegenwoordig Rijksweg Zuid 4). Ook daar had de familie Kurstjens een herberg. Ik heb niet precies kunnen vaststellen in welk jaar dit café is opgeheven. In de kranten is over deze herberg verder niets meer te vinden. Na de oorlog, in 1963, verkoopt de familie Kurstjens het pand aan Willem en Sjraar Hovens. Tegenwoordig is het pand verbouwd en uitgebreid tot twee woonhuizen.

Bronnen: Gemeentearchief Venlo , krantenarchief Delpher, Informatie van Jan en Jo Coopmans, Wim Hoezen, Wiel Kurstjens en Arno Wilmsen.

Reageren: Wim van Diepen 077-4751987 of wimvandiepen@home.nl
 

 

Begunstigers

Technologiesponsor